Een kraai die bijna omkwam van de dorst, vloog opgetogen naar een kruik die hij iets verderop had ontdekt. De kruik bevatte inderdaad water, maar dat stond zo laag dat het dier er met geen enkele mogelijkheid bij kwam. De vogel probeerde de kruik om te stoten, zodat hij op zijn minst een beetje water kon drinken. Helaas was hij niet sterk genoeg.
Uiteindelijk gooide de kraai allerlei takjes die hij in de omgeving vond, één voor één in de kruik. En zie, het water steeg beetje bij beetje, tot aan de rand zodat de kraai zijn dorst kon lessen.
Thomas Bewick. Select Fables of Aesop and Others, 1784.
Elke pagina die je omslaat doet je verstomd staan van verbazing. Ja, dat apen slimme dieren waren wist ik al. Maar ook duiven, ratten en zelfs bijen zijn bijzonder intelligent. Toch staan we hier veel te weinig bij stil.
We begrijpen onze dieren niet goed omdat we niet dezelfde taal spreken. Daarnaast neemt elk dier de wereld anders waar, afhankelijk van hun instincten. Zo ziet een teek enkel licht en donker én toch weet deze spin onze huisdieren te treffen. Wat we niet zien, is dat teken uitstekend boterzuur kunnen ruiken. Boterzuur is een geur die enkel zoogdieren verspreiden. Een teek zal zich dus naar het licht verplaatsen (boven in een boom of tak). Bij het ruiken van boterzuur laat de teek zich vallen op het dier. Ze zoekt dan naar de meest warme plek op de huid. Deze warmte plek ontstaat door een grote bloeddoorstroming onder de huid. Ze zet zich vast en zuigt zich vol om de jongen groot te brengen.
Ook vleermuizen zien erg slecht. Hoewel het nachtdieren zijn, zijn ze toch in staat om een mot te vangen in het donker. Hier is de waarneming dan weer anders zoals bij een mens. De vleermuis stuurt voor ons onhoorbare ultrasone golven uit. Afhankelijk van de weerkaatsing van de golven weet hij waar zijn prooi zit.
We kunnen de dieren om ons heen alleen maar begrijpen als we ons in hun leefwereld plaatsen. Proberen in te beelden hoe ze de wereld zien en ervaren. Toch is dit niet zo eenvoudig als het lijkt want ook onze zintuigen zijn beperkt. Onze flicker fusion ratio is erg laag. Dankzij deze beperking kunnen we een snelle opeenvolging van beelden waarnemen als bewegend beeld. Insecten daarentegen hebben een hoge flicker fusion ratio. Zij zien elk beeld apart. Insecten zouden dus krankzinnig worden van onze films. Door die hoge flicker fusion ratio is het mogelijk dat insecten zich bijzonder snel kunnen verplaatsen en toch zeer goed zicht kunnen behouden.
Intelligentie en conditionering
Eerder zei ik al dat veel dieren intelligent zijn. Althans intelligent lijken. Blijkt dat dolfijnen en chimpansees na de mens het meest intelligent zijn. Andere vormen van dierlijke intelligentie wordt eerder veroorzaakt door instinct. Zo dacht men dat pimpelmezen slim waren omdat ze de lipjes van de glazen melkflessen doorboorden om van de room te smullen. Niets is minder waar. Pimpelmezen pikken in de natuur ook op schors om insecten naar buiten te jagen. Waarschijnlijk is er per toeval een pimpelmees beginnen pikken op het lipje van de fles met positief resultaat. Andere pimpelmezen namen het gebruik over en we hadden een melkroof in Engeland. Deze mezen zijn dus niet intelligent, ze volgen hun instinct.
Anderzijds kunnen we ook heel moeilijk dingen aanleren aan dieren. Wanneer een dier een respons krijgt op een geconditioneerde stimulus zal het een tweede stimulus negeren. "Waarom anders doen als de eerste ook werkt". Vaak moeten dieren ook tot in het extreme gepusht worden om te reageren. Het geven van elektroshocks of laten verhongeren.
Spelen
Spelen is een spontane handeling met geen direct doel, gebruikmaken van soortspecifieke motorische programma’s die overdreven zijn in intensiteit en aantal herhalingen, of nog niet helemaal juist in vergelijking met volwassen gedrag.
Studies van speelgedrag hebben geleid tot drie grote theorieën over de functie van spelen:
- Spel helpt bij de ontwikkeling van flexibiliteit in gedrag en bij een indeling van de omgeving.
- Spelen helpt bij de ontwikkeling van cognitieve en bewegingsvaardigheden.
- Spelen is belangrijk om familieherkenning en sociaal leren te bevorderen. Inclusief het ontwikkelen van dominante relaties.
In elk van deze gevallen zou het spel bepaalde vaardigheden in een relatief veilige situatie ontwikkelen of verbeteren, voordat ze in kritieke situaties gebruikt moeten worden.
Het spel van zoogdieren neemt vaak de vorm aan van schijngevechten en een overdreven achternazitten en springen.
De sociale rol van het spelen is vooral onder primaten erg belangrijk.
Spelen is de grootste tijdsbesteding van de jongen en hoewel hun ouders als volwassenen gewoonlijk niet spelen, lijken ze het spelen van hun kinderen aan te moedigen en zelfs mee te doen.
Spelen is schijnbaar en een belangrijk middel om cognitieve vermogens te ontwikkelen, zoals denken, plannen en zich een beeld van iets vormen.
Bron: Gould, J., Gould, C., (1994). The animal mind , New York: Scientific American Library.
| Commentaar |
|


